zaterdag, 25 september 2021
spot_img
spot_img
HomeNatuur‘Bijkletsen over de prachtige natuur in ons fraaie Twente'

‘Bijkletsen over de prachtige natuur in ons fraaie Twente’

Dit moet hem dan worden, een volledige nieuwe natuurrubriek speciaal voor de lezers van het Hofweekblad. De eerste aflevering is gelijk griezelen met een ‘enge’ spin, ja u leest het goed een ‘enge’ spin. Zelf snap ik eigenlijk niet zo goed wat er nu zo eng aan een spin is? Spinnen kun je doorgaans het gehele jaar wel ergens tegenkomen, zelfs onder water. Over de gehele wereld zijn het er ontiegelijk veel. Er zijn er zelfs, die dodelijk zijn voor mensen maar daar wil ik het verder even niet over hebben.

In deze eerste aflevering ga ik voor u op zoek naar de tijger- of wespenspin. Een spin, die lang niet iedereen van ons wel eens ontmoet heeft. De mooie vrouwelijke tijgerspin, die ik op de foto heb gezet is ruim 15 mm groot en daarmee een van de grootste spinnen in Europa. Tijgerspinnen kun je eigenlijk   op best veel plaatsen aantreffen, zoals wegbermen, grasvelden, natte heideterreinen en weilanden zijn wel favoriet. Ik heb de mijne gefotografeerd in de tuin van een vriend van mij in Delden. Deze man belde mij op en vertelde mij van deze bijzondere spin. Ik ben er naar toegegaan en vond deze vrouwelijke tijgerspin hangend aan de voordeur. De mannetjes zijn zo klein, dat je ze bijna niet ziet, 5 mm. Deze zijn ook niet zo mooi van kleur als het vrouwtje, ze zijn donkerbruin. Deze mannetjes leven langs de buitenkant van de spinnenwebben. Na de paring moeten deze mannetjes trouwens goed oppassen want mevrouw tijgerspin ziet hen als een soort lekkernij en vreet hen dus met huid en haar op. De tijgerspin komt eigenlijk uit het Middellandse Zeegebied en heeft zich al verspreid tot Noorwegen. De reden hiervan zijn de warme zomers, die weer met de klimaatsverandering te maken hebben. De tijgerspin hangt altijd ondersteboven in het web, een zogeheten wielweb. Veelal vind je deze webben vlak boven de grond, omdat de tijgerspin het vooral op sprinkhanen heeft voorzien. Heeft ze een sprinkhaan gevangen, dan zal ze een dikke webdraad doorbijten, zodat deze sprinkhaan niet haar hele web kan vernielen. Ze spint vervolgens de sprinkhaan in zijn geheel in en bergt hem op in de voorraadkamer in het web. Op de kop hangend legt ze haar eitjes, die oranjegeel van kleur zijn. Deze eitjes verschijnen op de onderkant van de spin, het worden er steeds meer. Voor het leggen van de eitjes heeft ze een soort van vlak matje gesponnen, hier drukt ze met haar onderlichaam vol eitjes tegenaan en zo blijven de eitjes kleven aan het matje. Vervolgens spint ze een soort van mandje om de eitjes en het vlakke matje. Dit alles wordt stevig vast gemaakt tussen de begroeiing, zodat het niet weg kan waaien. Als alles goed gaat komen dan de jonge tijgerspinnen in het voorjaar uit hun nest. Nu gebeurt er iets heel merkwaardigs: de jonge spinnetjes spinnen met hun spintepels op hun buik net zolang een draad tot dat deze de jonge spin kan beuren, om vervolgens door de wind op een andere plek terecht te komen. Is zo’n plek gunstig, dan kunnen ze een nieuw leven starten. Let wel! Ze kunnen op deze manier hele grote afstanden afleggen, als er onderweg niets gebeurt natuurlijk want overal ligt de vijand op de loer. Tot zover deze eerst aflevering. 

Ik mag helaas nog steeds geen lezingen houden. Voor meer natuur kunt u kijken op www.hanbrinkcatenatuurfotografie.nl of www.hofweekblad.nl.

Nieuwstip of nieuwe informatie?

Tip onze redactie via een WhatsApp-bericht: 06 11 43 55 22

Natuur

Laatste Nieuws