dinsdag, 20 april 2021
Home Natuur In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

Terug in de tijd met natuurkenner en natuurfotograaf Han Brinkcate

Het ‘Hofweekblad’ heette toen ‘Deldens Weekblad’ Aflevering 11, 17 juni, 1992

Van mei tot september zijn jonge kikkertjes zeer vraatzuchtig. Ze verzamelen dan een grote hoeveelheid reservevoedsel voor de winter. Jarenlang is er een strijd gevoerd over de vraag of kikkers schadelijk zouden zijn voor de visstand. Bewezen is, dat de kikkerlarven geen jonge vissen eten. Echter wel stervende of dode exemplaren. Kikkerlarven zijn dus nuttig voor de visstand. Bij volwassen dieren bestaat het hoofdvoedsel voornamelijk uit insecten, vooral langpootmuggen. Reuk en gehoor spelen bij het opsporen van de prooi praktisch geen rol. 

Om volwassen te worden heeft de kikker ongeveer vijf jaar nodig. Zodra het najaar wordt en er gebrek aan voedsel optreedt, verdwijnt het dier naar de modder op de bodem van sloot of plas om de winter door te brengen. De schubloze, vochtige huid is rijk van bloedvaten voorzien en stelt het in staat om zuurstof op te nemen en koolzuurgas af te geven (huidademhaling). Net als vele andere dieren, heeft de kikker ook een aantal vijanden, zoals: reigers, ringslangen, ratten en ooievaars. De goed gespierde achterpoten stellen hem echter in staat om met grote sprongen dikwijls te ontkomen. De lange tenen van de achterpoten van de groene kikker (zie foto) zijn voorzien van zwemvliezen. Ze kunnen dan ook uitstekend zwemmen. Eigenlijk is het hele lichaam hierop ingesteld. De kop loopt smal toe en de hals is kort en niet inspringend, de huid is glad en slijmerig. De voorpoten worden alleen gebruikt als steun op het land. Het voedsel dat met de lange, kleverige uitklapbare tong, die voor in de bek vastzit, wordt gevangen, wordt door kleine tandjes vastgehouden. Soms eten ze de helft van hun eigen gewicht. Ook de groene kikker ziet slechts bewegende prooi. Tot zover de groene kikker. 

Voor de groene kikker, meestal begin april, komt de bruine kikker tevoorschijn. Veelal is deze kikker bruin van kleur, maar deze kan ook grijs, geel of zelfs roodachtig zijn. Het is hoofdzakelijk een landdier. De afstand tussen de oogleden is bij deze kikker groter dan bij de groene. De bruine kikker laat zich niet zo veel en luid horen als de groene. Let buiten in de paartijd op hun ‘geknor’. 

Om deze amfibieën een ruime overlevingskans te geven, moeten wij zorgen dat er een groot aantal sloten en poelen overblijven. Vooral is dan belangrijk dat het water niet wordt vervuild. Ook moeten we dan het machinaal uitbaggeren en het klepelen van sloten in voor- en najaar achterwege laten. Alleen dan kunnen we misschien weer zeggen: “Er zitten zeven kikkers al in een…” 

Inmiddels zijn we ruim 29 jaar verder en is er eigenlijk qua opschonen van sloten niet veel verandert. Wel is het inmiddels erg slecht gesteld met de bruine kikker. Een pluspunt is, dat kikkerpoelen nu in 2021 ineens weer ‘hot items’ zijn geworden bij diverse landbouwers. 

Voor meer natuur kunt u ook kijken op www.hanbrinkcatenatuurfotografie.nl, of op www.hofweekblad.nl onder de button natuur.

Nieuwstip of nieuwe informatie?

Tip onze redactie via een WhatsApp-bericht: 06 11 43 55 22

Natuur

Laatste Nieuws