woensdag, 12 mei 2021
Home Natuur In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

Terug in de tijd met natuurkenner en natuurfotograaf Han Brinkcate

Het ‘Hofweekblad’ heette toen ‘Deldens Weekblad’, Aflevering 13, 4 april 1991

Nu de winter voorgoed voorbij is, wordt het langzaam maar zeker voorjaar. De bomen beginnen langzaam weer groen te worden. Maar voordat dit proces voltooid is, zijn er nog een heleboel soorten planten die juist op de bodem groeien en moeten profiteren van het licht dat de bomen nu nog doorlaten. Jammer genoeg is deze plantenweelde niet in ieder bos te vinden. Vooral niet als er, zoals vaak het geval is, naaldhout staat. Deze steeds beschaduwde bodem raakt immers bedekt met een dikke laag afgevallen naalden. Deze naalden verteren langzaam en maken het als groeiplaats voor de meeste planten nog onaantrekkelijker. Pas als zo’n naaldbos op latere leeftijd opener en lichter wordt, biedt het wel levenskansen aan enkele kruiden en struiken. Maar echt mooi en gevarieerd wordt deze ondergroei nooit. Voor een weelderige plantengroei is niet alleen een vruchtbare bodem nodig, maar ook veel licht om de planten in staat te stellen voldoende voedsel te maken. In de zomer is het hiervoor veel te donker op de bosbodem. In het voorjaar zijn de zonnestralen nog wel niet zo krachtig, maar omdat ze niet tegengehouden worden door de bladeren van bomen en struiken, valt er voldoende licht op de bodem. Daar komt bij dat in de beschutting van het bos de temperatuur meestal iets hoger is en kunnen de bosbloemen al vroeg beginnen te groeien. 

Om uit te lopen als het tijdstip gunstig is, hebben deze planten in het voorafgaande jaar meestal een flinke voorraad reservevoedsel opgeslagen. Bij speenkruid, een van de vroegste bloeiers, zitten die reserves in kleine bovengrondse knolletjes. De bosanemoon heeft zijn voorraad opgeslagen in de wortelstokken. Dankzij dit extra voedsel kunnen ze meteen beginnen met de vorming van blad en bloemen en half april zijn ze alweer uitgebloeid. Het blad heeft dan nog ruim een maand de tijd om van het licht te profiteren. Voordat het blad afsterft, maakt het zoveel mogelijk voedsel, dat ondergronds wordt opgeslagen. In de zomer zijn ze allemaal weer verdwenen. 

Natuurlijk bloeien niet alle voorjaarsbloemen tegelijk. Grote planten zoals salomonszegel en daslook openen hun bloemen pas in mei. Orchideeën en dalkruid bloeien nog later in mei. Ze hebben dan wel niet meer het volle licht, maar lopen dan niet het risico om door nachtvorst te worden beschadigd. Als het dan langzaam midden zomer wordt, bloeien er heksenkruid, schaduwkruiskruid, bosandoorn en klein springzaad. Allemaal langzaam groeiende planten met grote dunne bladeren, waarmee ze op deze toch wel donkere bodem hun portie licht vergaren. Let in het voorjaar ook eens op de dotterbloem (zie foto). 

Voor meer natuur kunt u ook kijken op www.hanbrinkcatenatuurfotografie.nl, of op www.hofweekblad.nl onder de button natuur.

Nieuwstip of nieuwe informatie?

Tip onze redactie via een WhatsApp-bericht: 06 11 43 55 22

Natuur

Laatste Nieuws