zondag, 7 maart 2021
Home Natuur In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

Terug in de tijd met natuurkenner en natuurfotograaf Han Brinkcate

Het ‘Hofweekblad’ heette toen ‘Deldens Weekblad’, Aflevering 5. 10 april 1991

Deze keer gaan wij eens kijken wat voor leven de amfibieën er op na houden. In de Twickelse bossen komen wij er heel wat tegen. Kikkers, padden en salamanders behoren tot deze groep dieren. Amfibieën beschikken gedurende hun leven over drie ademhalingssystemen. Een hiervan komen wij zowel bij larven als volwassen dieren tegen: de huidademhaling. Volwassen dieren beschikken tevens over longen en larven over kieuwen. Voor de diffusie (huidademhaling) is het bezit van een dunne naakte huid van groot belang. Een probleem van deze huid is wel, dat deze dieren op het land vrij snel uitdrogen. Daarom vinden wij de meeste soorten dan ook in vochtige gebieden. 

Tegen het eind van de larvale ontwikkeling vindt de omschakeling plaats van kieuwademhaling naar longademhaling. Gelijk hiermee verandert ook de bloedsomloop van sommige soorten (zoals wij die van vissen kennen) naar een dubbele, zoals wij die aantreffen bij de land bewonende gewervelden. Deze omschakelingen verlopen vrij plotseling, een reden waarom vele amfibielarven verdrinken als ze niet op tijd aan land kunnen komen. 

De larven van salamanders bezitten uitwendige kieuwen. Hierdoor is de mondholte vrij om grote prooidieren door te slikken. Bij kikker- en paddenlarven ontwikkelen zich de uitwendige kieuwen in een vroeg stadium tot inwendige kieuwen. De mondholte is daardoor betrekkelijk klein, maar de kieuwen liggen beter beschermd. Deze larven zullen zich dus met kleiner voedsel moeten voeden dan de salamanderlarven. 

Op het land kunnen volwassen amfibieën kruipen, lopen of springen. Anderen kunnen weer klimmen of graven. Hiervoor zijn deze dieren vaak uitgerust met speciale organen. Boomkikkers hebben bijvoorbeeld schijfvormige zuignapjes aan hun vingertoppen, hiermee kunnen ze zich vasthechten aan bladeren van struiken en bomen. Ook de buik van de boomkikker heeft kleefkracht. De knoflookpad hierintegen bezit schepvormige hielknobbels en wel aan de achterpoten. Hiermee kunnen ze zich razendsnel ingraven, zelfs tot een meter onder de grond kunnen ze zich bewegen. Kikkers en padden gebruiken, als ze volwassen zijn, bij het zwemmen hun relatief lange achterpoten, waarvan de tenen door middel van een zwemvlies aan elkaar zijn verbonden. Salamanders en larven van amfibieën zwemmen met behulp van een golvende beweging van hun staart. Verder bezitten de larven van amfibieën zuignapjes, waarmee ze zich kunnen vasthechten aan waterplanten, hout en stenen. 

Amfibieën! Mooie schepsels van moeder natuur. We zijn inmiddels 30 jaar verder en nog steeds is men bezig met het ‘vergallen’ van de leefomgeving van deze diertjes, door middel van sloten opschonen in de verkeerde tijd van het jaar en het gebruik van verkeerd materiaal zoals maaikorven met hiervoor scherpe messen en het klepelen van sloten. Dit kost veel dieren hun leven, ook onder de insecten en watervogels en hun jongen. 

Voor meer natuur kunt u ook kijken op www.hanbrinkcatenatuurfotografie.nl, of op www.hofweekblad.nl onder de button natuur. 

Nieuwstip of nieuwe informatie?

Tip onze redactie via een WhatsApp-bericht: 06 11 43 55 22

Natuur

Laatste Nieuws