dinsdag, 20 april 2021
Home Natuur In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

In de Twickelse bossen is meer te zien dan alleen maar bomen

Terug in de tijd met natuurkenner en natuurfotograaf Han Brinkcate

Het ‘Hofweekblad’ heette toen ‘Deldens Weekblad’Aflevering 9, 24 oktober 1990

Deze keer verlaat ik even het Twickelse bos. Wij gaan eens kijken naar de torenvalken die boven de landbouwgronden en weilanden met hun karakteristieke Twentse houtwallen hun jachtgebied hebben. 

Boven de weilanden staat de torenvalk stil in de lucht (dit noemen we bidden), hij speurt naar veldmuizen, waarvan het soms krioelt. Heeft de torenvalk een veldmuis in het vizier, dan schiet hij plots naar beneden. Torenvalken noemt men roofvogels, maar vogelkenners spreken van stootvogels. Deze naam past beter bij de torenvalk. Dat deze vogel bij het stoten op veldmuizen niet tegen de grond te pletter slaat, heeft hij te danken aan zijn lange staart. Deze werkt als een effectieve rem. Torenvalken kun je aan het vliegbeeld makkelijk herkennen, spitse vleugels dicht bij de kop en, zoals ik al zei, een lange staart. Stilstaan in de lucht (bidden) doen torenvalken op een hoogte van 15 à 20 meter. Voor ongeveer 80% leeft de torenvalk van veldmuizen, aangevuld met spitsmuizen, mollen en soms vleermuizen en sprinkhanen. 

Over het nut van deze vogels hoeven wij het dus niet te hebben. Bij guur weer, als de muizen in hun holen blijven, jaagt de torenvalk vaak op mussen. Waar torenvalken zijn, zijn ook buizerds. Let maar eens op. Een buizerd is herkenbaar aan de brede vleugels en brede afgeronde staart. Buizerds kunnen zeer lang en hoog in de lucht zweven en laten hierbij vaak een hoog, klagend geluid horen. 

Torenvalken maken voor het broeden gebruik van takkennesten van kraaien, blauwe reiger en houtduiven. Oorspronkelijk broedde de torenvalk in boomholten. In de broedtijd vormen ze kleine kolonies van vijf of acht paren, vooral als er een veldmuizenplaag heerst. De jongen zijn snel groot, ze hebben aan voedsel immers geen gebrek. Mannetjes vangen de prooi en geven deze over aan het vrouwtje, zij voert de jongen. 

Een stotende torenvalk grijpt de prooi met de krachtige tenen, voorzien van scherpe nagels. De vier tenen, drie naar voren en een naar achter, omklemmen de prooi in het geheel en de naaldscherpe gebogen nagels doorpriemen het. De prooi wordt hierdoor onmiddellijk gedood. 

Veel torenvalken trekken eind juli al weg, meestal richting Zuid-Frankrijk, maar ook blijven er een aantal hier en komen er weer torenvalken uit het noorden bij. In het buitengebied van Twickel kun je de torenvalk het hele jaar door waarnemen. Als er in de winter een dik pak sneeuw ligt, krijgen de torenvalken het zeer moeilijk. De muizen kruipen dan door tunneltjes onder de sneeuw en zijn zo onzichtbaar voor deze vogels. Dankzij minder gebruik van bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw, is de torenvalk samen met vele andere soorten roofvogels zich duidelijk aan het herstellen. 

P.s. mensen hangen ook vaak speciale nestkasten voor de torenvalk op, hetgeen ook erg succesvol blijkt te zijn. 

Voor meer natuur kunt u ook kijken op www.hanbrinkcatenatuurfotografie.nl, of op www.hofweekblad.nl onder de button natuur.

Nieuwstip of nieuwe informatie?

Tip onze redactie via een WhatsApp-bericht: 06 11 43 55 22

Natuur

Laatste Nieuws